Neeritter 12-14 juni 2026

Tungelroyse Beek

203 + 72  bochten

Wat een geweldig weekend, dat is kort samengevat mijn kijk op deze dagen!
Na het nodige speurwerk en een weekend voorvaren is het Arnoud, waarschijnlijk voor de laatste keer met zijn status ongehuwd (Marieke moet nog “ja” zeggen), gelukt om weer een afwisselend en spannend weekend te organiseren. In de loop van vrijdagmiddag druppelden we binnen, vaak na een langdurige reis wegens alle files. We werden vriendelijk ontvangen door de mensen van het Diepven, een NFN-terrein dat gelegen is aan de Belgische grens. Een mooie locatie, waar met het nodige getimmer op de haringen de meeste tenten snel werden opgebouwd.
Het zwembad was open. Op de website stond dat het water verwarmd zou zijn. Maar er stond niet bij dat de deze dagen grotendeels afwezige zon zou zorgen voor de opwarming, Maar bikkels als sommigen waren, weerhield het ze er niet van een of meerdere baantjes te trekken. Terwijl de meesten snel een van thuis meegebrachte maaltijd oppeuzelden toverde Arja, met een speciale pan, een heerlijk geurende kaasfondue op de kampeertafel (met geleende stoel) voor haar en Arnoud. Hoe goed was dit weekend gekozen: Vrijdag was het BINGO-avond, en dat had op sommigen een grote aantrekkingskracht.

Zaterdagochtend vertrokken we met zes 1 persoonskajaks, één 2 persoons kajak en een Canadees, zelfs vóór de afgesproken tijd, naar de Tungelroyse Beek, bij de brug in de Heltenbosdijk. Een aantal auto’s reed vast naar het eindpunt. Omdat de parkeerplaats bij het bekende “C’est la Vie” nabij Ell nog gesloten was, kon niet vlak bij het eindpunt worden geparkeerd. Degenen die bij het startpunt bleven, bespraken de diverse instapopties en voerden ze alvast uit. Het waterschap heeft zeker geen stimuleringsbeleid voor het kanovaren op deze beek. Instap- en uitstapvoorzieningen ontbraken, en ook bij de stuw was er geen waarschuwing met ballen of iets dergelijks. Maar met elkaars hulp, en vooral die van Henry en Jaap, lukte het iedereen goed in de boot te komen.
De Tungelroyse Beek is een beek die zelfs niet door Jaap eerder is bevaren, en dat wil toch wel wat zeggen.

De bochten in de Tungelroyse Beek tussen km 1 en 2.

De beek mag meanderen en dat is goed gelukt. Ik telde ongeveer 203 bochten, over een traject van ruim 11 km, ofwel bijna 20 bochten per km. Ter vergelijking: enige weken terug voer ik op de Naardertrekvaart, 6 km lang, met slechts 1 bocht: een groot verschil. Het uitstappen bij het eindpunt was ook een hele belevenis: een stalen damwand van twee meter hoog. Arnoud had alvast een trapje neergezet zodat we deze laatste hindernis ook goed konden nemen.

Zaterdag maakte Karine een wandeling in de omgeving, o.a. langs de Dodendraad uit de Eerste Wereldoorlog, en de wandeling ging ook langs de Forellenvijver, een uitspanning met heerlijke vlaai. Carla beklom in Bemelen bergjes en daalde af via gladde, met diepe modderkuilen beklede paden.

Het Sperrgebiet!

De dodendraad

Na gedane arbeid togen we naar Hunsel, naar het door Arja gekozen eetcafé ‘1610’ voor het diner. We waren bijna de enige gasten, afgezien van een enkel lid van de vrijwillige brandweer dat al een tijdje met nablussen bezig was en ons fraaie anekdotes vertelde over, laat ik zeggen, het Limburgse leven met vlaai en zo. Als je tijd hebt kun je AI vragen om de betekenis van 1610 (het helpt je negatieve gedachten om te zetten in het positieve), maar het is ook het jaar waarin de Mariavespers van Montiverdi zijn gecomponeerd. Al vroeg op de zondagmorgen ging Carla in stemmig zwart naar een bijzondere kerkdienst waar zij een optreden had met één van haar koren, en waar o.a. het Tungelroyse orkest optrad.

De vaarders (2 minder dan zaterdag) reden naar Vlodrop voor de tocht over de Roer. Na wat heen-en-weer rijden gingen we rond 11.00 uur te water. Ook hier weer nauwelijks voorzieningen. De Roer mag ook meanderen, en stroomde tussen de 3 en 5 km per uur. Voor de meesten van ons was het lang geleden om te varen op een snelstromende rivier met veel omgevallen bomen, stroomversnellingen en grindbanken. Met goede aanwijzingen en gepaste afstand tussen de boten bleef de schade beperkt tot enige krasjes op de boten, en raakte niemand te water. Vooral het eerste deel van 11 km tot de pauzeplek Sint Odiliënberg was tamelijk woest met 43 bochten, het tweede deel telde over 8 km nog 29 bochten. In dat tweede deel zagen we ook vele huurboten, dat aangeeft, dat dat deel gemakkelijker te bevaren is.

De pauzeplek was aan de voet van de Basiliek van de H.H. Wiro, Plechelmus en Otgerus. Niet de minste heiligen zoals je weet. Er zijn in heel Nederland maar 27 basilieken.

Uitstapplek van de Roer in Roermond

Een van de vele grenspalen

Bij het eindpunt wachtte Karine ons op. Ze maakte een flinke wandeling vanaf de camping in Neeritter door de uiterwaarden en natuurgebied Vijverbroek bij Kessenich richting Thorn. Vanaf Thorn nam ze de bus door het Limburgse land en was ze precies op tijd aangekomen bij de uitstappende kanovaarders.
[In de Keltische periode lag Kessenich aan de Maas op een steilrand (een iets hoger gebied). Er werden talrijke vondsten gedaan die wijzen op Romeinse, maar ook nog oudere bewoning. In de loop der tijden verlegde de Maas meermaals haar bedding richting het Oosten, waardoor Kessenich nu niet langer aan de Maas gelegen is. In de omgeving van het dorp zijn diverse oude beddingen aan te wijzen, de verlande maasmeander die we nu kennen als het Vijverbroek is er één van. Kessenich maakte lange tijd deel uit van de ‘Drie Eigen’: de drie ministaatjes Kessenich, Neeritter en Thorn. Zij oefenden tot aan de Franse tijd een gemeenschappelijk beheer uit over de gemene gronden gelegen tussen deze dorpen.]

Voormalig grenskantoor Kessenich

Het voormalige adellijke vrouwenstift Thorn

In de Abdijkerk van Thorn

Na de tocht was het voor sommigen, door falende routesystemen en een vleugje eigenwijsheid, even zoeken naar het Diepven, maar met wat hulp lukte het. Na het afbreken van de tenten en afscheid nemen tot een volgend weekend, toog bijna iedereen voldaan op zondagavond weer op huis aan. Sommigen bleven nog een extra nachtje.

Op maandagmorgen merkte ik in de sportschool dat ik op andere plekken spierpijn had dan anders, van de vele bocht- en corrigeerslagen. Mensen met een kortere boot hadden dit keer een voordeel.

Harrie